dinsdag 3 januari 2012

maandag 2 januari 2012

Malse wafels uit Ons Kookboekje

Na de zondagse boterkip met frieten en veel te veel kerststronk gisteren was er vandaag toch nog "goesting" in wafels. En dus heb ik tussen het inpakken en regelen het recept van moeders wafels uit Ons Kookboekje van de boerenbond (uitgave 1954) nog maar eens bovengehaald.

Voor ongeveer 14 wafels:
250 gr bloem
2 kleine eieren
een halve liter melk
50 gr suiker
50 gr gesmolten boter
15 gr verse bakkersgist (oplossen in een beetje lauwe melk)
1 pakje vanillesuiker en/of een half borrelglaasje rum
een halve theelepel zout

De eieren splitsen en de eiwitten stijfkloppen.
De bloem en de suiker in een diepe kom doen, een kuiltje maken en daarin de eigelen met de opgeloste gist mengen. De bloem erdoor roeren en beetje bij beetje de melk en de boter toevoegen. De vanillesuiker, de rum en het zout er bijvoegen en als het een glad en vloeibaar deeg is, de eiwitten eronder spatelen.

De kom afdekken met folie en op een warme plaats zetten. Het deeg moet minstens een uur rijzen.

Het wafelijzer goed heet laten worden, dan gaat het deeg niet plakken.

Dit zijn gezellige malse wafels (dus geen krokante Brusselse!), opdienen met poedersuiker of fijne kristalsuiker en als het van de dokter mag, met een beetje gezouten boter. Troost verzekerd.

Flink

De dokter kwam afscheid nemen, de kinesist kwam afscheid nemen, Sylvie kwam nog even langs en ook buurvrouw Ghislaine. Deborah gaf mijn moeder en mijn vader en mij een tranerige knuffel en bij mijn vader begon er een belletje te rinkelen.
Ik heb alles nog eens uitgelegd en nog eens uitgelegd en 50 vragen beantwoord en hem verzekerd dat de tv meegaat. De poezen gaan bij Clara wonen en ik blijf nog een beetje in het huis. En ja, misschien gaan we het huis verkopen.
Waarom ergens anders huur betalen, als we hier zo'n mooi huis hebben? Ik leg het nog eens uit.

Ik stop mijn kindjes voor de laatste keer in bed en ik probeer net zo flink te zijn als mijn moeder. 

Schaap

Mijn vader: "Oe ist, mè skopke?"
Mijn moeder reageert niet.
Nog eens: "Oe ist, mè skopke?
Mijn moeder: "Wat zegt ge?"
Mijn vader: "HOE IS HET, MIJN SCHAAPKE?"
"Ha, redelijk goed", antwoordt mijn moeder.

Ik ben blij met het antwoord, maar misschien moeten we voor haar toch maar een hoorapparaat kopen.

Koffers pakken en afscheid nemen

Al afscheid genomen van verpleegster Michèle, verpleegster Bèatrice en verzorgster Sylvie. En elke keer mengen onze tranen zich op onze wangen. We hebben een oude valies van de plank gehaald en afgestoft. Vandaag gaan we ze vullen.
Mijn moeder blijft sterk. Hoe anders is ze nu. Ze sluit zich niet meer af. Ze praat en overlegt hardop over wat ze mee wil nemen en ze vertelt ook dat ze vooral bang is dat mijn vader niet zal kunnen wennen. Ze lijkt weinig te denken aan de dingen die ze zelf zal missen: haar kasten en laden die ze zo graag schikt en herschikt, de keuken, de achterkeuken en vooral de koelkast.
Gisteren heb ik mijn vader het hele rusthuisverhaal nog eens verteld, maar vandaag is hij het alweer vergeten. Hij bromt dat iemand vannacht zijn bed heeft omgedraaid want dat er vanmorgen een "barre" aan de zijkant was, zodat hij niet uit zijn bed kon.
En zelf neem ik me voor om sterk te zijn. Maar ik ben een kind van mijn vader, de tranen zitten altijd klaar en komen te voorschijn als je ze niet wilt.


zondag 1 januari 2012

Scholeksters en Toerakoes

Mijn bericht over de volières blijft in mijn hoofd hangen, want het is niet af. Toen ik het schreef kon ik me geen enkele vogelsoort die in de volières van mijn vader woonde herinneren. Behalve Groenvinken, en zelfs daar ben ik niet zeker van.
Als ik goed zoek, komt het allemaal terug. Maar dan moet ik kasten en laden opentrekken die ik tot nu liever gesloten hield. Nochtans ben ik ook daarvoor naar hier gekomen: om te weten wie mijn ouders zijn en wie ik ben.
Ik zou aan mijn vader kunnen vragen welke vogels hij allemaal heeft gehad en ik denk dat hij er veel zal kunnen noemen. Maar de vrees voor verwarring en verdriet houdt me tegen.
Vannacht dacht ik aan de Scholeksters die we ooit over de Nederlandse grens smokkelden. Hij had ze in de zakken van zijn jasje gestopt. De douanier zag een huisvader aan het stuur, naast hem zijn echtgenote en vijf brave meisjes op de achterbank van de auto, en hij hoorde de beestjes niet piepen.

Ik heb het wel eens aangedurfd om zachtjes te zeggen dat ik het toch erg vond dat die arme vogels opgesloten werden, maar uit de reactie van mijn vader leerde ik vooral mijn mond houden.

We hadden ook ooit Toerakoes. Ik weet niet waar hij die vandaan gehaald had. Zeker niet zelf gevangen. Want dat deed hij ook. Met netten in de tuin. Toen we op schoolreis naar de zoo gingen stonden we bij een kooi met Toerakoes. "Dat hebben wij thuis ook", zei ik. Maar niemand van mijn klas geloofde mij.

Toerakoe in de Antwerpse zoo