dinsdag 31 januari 2012

Servetten, suikerklontjes en appelsienen

Ton's moeder verzamelde suikerzakjes. Niet voor de suiker, maar voor de zakjes en de papiertjes. Ze had een hele kast vol albums waarin ze netjes gerangschikt waren volgens land en streek.
Zelf neem ik ook altijd de zakjes en de klontjes mee als ik ergens koffie drink. Niet voor de zakjes, wel voor de suiker. Ik vind het gewoon leuk om een potje op tafel te zetten met allemaal verschillende zakjes of klontjes. Als ik er dan eentje nodig heb, kan ik -voor ik het openscheur- nog even wegdromen over de plaats waar ik het meegenomen heb. Zo heb ik zakjes en klontjes van cafés en restaurants in Madrid, Barcelona, Girona, Figueras en ook van Cagliari, Bosa en Nuoro. Maar geen uit India, want daar doen ze niet aan suikerzakjes.
Mijn moeder houdt de suikerklontjes bij die ze bij de koffie krijgt. Eerst rolde ze de klontjes in een servetje, toen ze er wat meer had, deed ze ze in een plastic verpakking van kerstkaarten en nu heeft ze een bokaaltje. Het volgende wordt waarschijnlijk een echte suikerpot. En wie weet daarna een vitrinekastje met suikerpotten.
Servetten verzamelt ze ook. Voorlopig slingeren ze wat rond in de kamer. Misschien moeten we daar ook een plaatsje voor creëren. En het fruit dat ze als dessert krijgen, houdt ze ook bij. Af en toe controleren we de kasten om te kijken of er niet iets ligt te rotten tussen de pyama's.
Een servettenhouder en een fruitmandje meenemen, dus. Zo wordt de kamer stilaan ingericht met een "persoonlijke toets".  Laatst wou ik een tafeltje meenemen om wat meer plaats te hebben voor koptelefoon, dvd-speler en cd's. Maar mijn moeder wou dat niet. "Nee", zei ze, "want als er wat gebeurt met je vader, kom ik weer naar huis."

zondag 29 januari 2012

Le Noble Age

Het rust- en verzorgingstehuis van Cabestany maakt deel uit van de groep Le Noble Age, een beursgenoteerd bedrijf dat de crisis goed lijkt te doorstaan. Niet verwonderlijk, want er is duidelijk een toenemende vraag naar goede verzorging. Dat ze duur zijn, heeft voorlopig weinig invloed op hun groeicijfers. In twintig jaar tijd ontwikkelde de Franse groep zich tot een keten van meer dan 40 vestigingen, waarvan 4 in België.
Maar ze zijn duur en het voelt soms een beetje oneerlijk aan. Slechts een deel van de bevolking kan zich deze luxe permitteren. Ik denk niet dat ik ooit genoeg geld zal hebben om me gedurende jaren zo goed te laten verzorgen. En ik probeer maar niet te denken aan de dag dat onze reserves voor onze ouders op zullen zijn.
Duur dus, maar mijn ouders krijgen waar voor hun geld. Na bijna vier weken kan ik zeggen dat de groep en zeker het rust- en verzorgingstehuis Les Camélias haar beloftes nakomt: un accompagnement personalisé, une équipe compétente et dévouée, het zijn geen loze begrippen in hun brochure.

Vanmiddag vond ik mijn vader in bed. Hij is al een tijdje verkouden en zijn ademhaling klinkt erg "vochtig". Elke dag komt er een therapeute die blijkbaar gespecialiseerd is in het loswerken van vastzittend slijm. Ik zag hoe ze mijn vader met zachtheid maar toch vastberaden behandelde, hoe ze hem aanmoedigde en zich tegelijk verontschuldigde voor het ongemak dat ze hem bezorgde. En hoe ze het resultaat van hun samenwerking, een flinke slijmprop, toejuichte. Maar hij had pijn in zijn borst en ze moest de behandeling staken. Ze zou de dokter vragen. Maar voor ze wegging, hielp ze hem nog in zijn rolstoel, stelde ze hem gerust, troostte ze hem en bedankte hem voor zijn medewerking. Ik kreeg er een krop van in mijn keel. Zoveel toewijding.

Bij het weggaan groette ik een verzorgster in de gang. Ik bedankte haar ook nog eens. "Mais c'est normal" antwoordde ze. Ja, natuurlijk, ze wordt er voor betaald, en hopelijk genoeg. Maar nee, het is niet normaal, het is gewoon heel geruststellend en heel fijn.

Negentig

Mijn vader werd gisteren negentig. Hij vraagt voortdurend hoe oud hij nu is en als we het omgekeerd aan hem vragen, dan antwoordt hij steevast: vijftig.
Er kwamen kaartjes en cadeautjes met de post. De kaartjes kan hij niet zien. Elisabeth was zo attent om er eentje met muziek te sturen: de vogeltjesdans. Clara en ik doen een dansje "en souriant". De andere kaartjes lezen we voor. Bij de wensen over de nieuwe woonomgeving fronst hij zijn wenkbrauwen. "Wat bedoelen ze daarmee?" vraagt hij. We leggen het nog eens uit. Dat hij nu in een rusthuis is. "En wanneer gaan we weer naar huis?" vraagt hij dan.
De cadeautjes neemt hij vriendelijk in ontvangst. Meteen daarna is hij al vergeten van wie ze komen en waarvoor ze dienen. Een cd is een vierkant doosje. Een dvd ook.
In het salon wacht hem een taart die gisteren door de andere bewoners gemaakt werden tijdens het "atelier de patisserie". We krijgen er een glaasje cider bij. En hij krijgt nog een cadeautje: een knalrode plaid. Sandrine is ook van de partij.
Na een uurtje vraagt hij of iemand hem naar huis wil brengen. We brengen hem naar de kamer, "en souriant". De truc blijft werken.
Hij is moe en wij ook. Maar Moeke wil toch graag nog een glaasje schuimwijn. "Allez, dan doen we de fles toch maar open." En souriant.






vrijdag 20 januari 2012

Hier en daar

Sinds dinsdag ben ik weer in A. Hoewel ik me minder losgeslagen voel dan de eerste keer dat ik een weekje terugkwam, voelt het toch weer een beetje raar. Bijna onmiddellijk schakel ik over naar het oude ritme en vooral naar de slechte gewoontes. Ik kook veel minder zelf en ik eet te veel en te laat.
Het weer is grijs en nodigt uit om binnen te blijven.
Via Clara krijg ik elke dag nieuws uit Cabestany en het gaat al een paar dagen goed.
De Canigou is een foto. Ik mis zijn dominante aanwezigheid. Maar ik voel ook dat ik, wanneer ik "voorgoed" terugkom, snel zal vergeten hoe het ginder was. Daarom stel ik het nog wat uit. Nog een weekje met Els en daarna nog een weekje alleen en daarna zien we wel ...

donderdag 19 januari 2012

Hoe zou het met de Canigou zijn?

In A regent het.


zondag 15 januari 2012

Bij de gravinne

Het lijkt wel of het ergste achter de rug is. Mijn moeder had nog wat klachten, maar mijn vader was goedgezind. Hij begint het normaal te vinden dat we komen en gaan en hij maakt geen aanstalten meer om mee te gaan als we afscheid nemen. Een week geleden zei hij: "Kom moeder, maak u gereed, we zijn hier weg." Dat was die zondag toen het helemaal fout ging.
Nochtans begon het toen goed, want 's middags aan tafel vertelde mijn moeder het volgende verhaal.
" Na de oorlog was het huwelijk van mijn ouders in crisis. Er werd gesproken over scheiden en ik wou niet langer in die verschrikkelijke sfeer blijven. Ik zocht naar werk en ik vond een advertentie voor een plaats als gouvernante. Ik schreef een brief en kort daarop kregen we het bezoek van een gravin. Ik stond haar aan en een paar dagen later mocht ik beginnen op het kasteel. De gravin was een heel vriendelijk en eenvoudig mens. Ze werkte zelfs mee in het huishouden. De dag dat ik arriveerde was de kokkin net vertrokken en ze zei: "We redden ons wel". Zij leerde mij koken en etiquette.
Soms kwam de graaf de trap af in jachtkostuum, maar meestal bracht hij niets mee naar huis.
Jammer dat ik ziek werd, want anders was ik er veel langer gebleven."

Nu ik het opschrijf, herinner ik mij dat mijn moeder vroeger wel vaker over "de gravinne" vertelde. Maar de details weet ik niet meer. Ik moet ze gaan vragen, denk ik nu, voor ze verdwijnen, met al de rest. 

Vandaag kon er een lachje af